God or not – tegen het ontologisch godsbewijs (1)

Leestijd: ongeveer 2 minuten

God or not

In de serie ‘God or not’ wordt drie keer een godsbewijs (en hun weerleggingen) uit de geschiedenis behandeld.

Intro

In mijn vorige blog zette ik het ontologisch godsbewijs, zoals opgesteld door de middeleeuwse monnik Anselmus uiteen. Volgens Anselmus is de definitie van God: ‘datgene waarboven niets groters gedacht kan worden’. En als je de allergrootste bent, dan besta je natuurlijk ook (in plaats van dat je slechts een idee bent).

Tegenargument 1

Maar stel nou, zei er een, dat je je het meest perfecte eiland voorstelt. Altijd mooi weer, non-stop cocktails, ga zo maar door.

Zo’n meest perfect eiland zou (volgens Anselmus’ redenering) wel moeten bestaan, want anders was er een eiland denkbaar dat nog perfecter was – alles wat het vorige eiland was, maar dan ook nog echt (bestaand)! Was dat wat Anselmus wilde beweren? Waarschijnlijk niet.

Toelichting

Dit argument stelt in wezen vragen bij een vreemde beweging die Anselmus maakt: van een (bedacht) concept, naar echt bestaan. Mag dat? Hoe weet je zeker dat er een verbinding bestaan tussen wat je kunt denken en wat er echt bestaat?

Thomas van Aquino, een monnik van zo’n 200 jaar later zei het zo (let op! moeilijk:): het enige wat dit argument kan bewijzen, is dat je God kunt denken als bestaand. Dat is hetzelfde als met een eenhoorn. Je kunt je voorstellen dat een eenhoorn echt zou bestaan (sommige mensen beweren dit ook trouwens). En daarmee kun je een eenhoorn afwisselend denken als ‘bestaand’ en ‘niet-bestaand’.

God denken als bestaand is niet hetzelfde als bewijzen dat hij er dus ook is. Thomas zegt: je komt je denkraam niet uit. Alles blijft intern, alles blijft gedachte. En daarmee, zegt Thomas, is dit argument ongeldig (en hij bedenkt zelf een ander argument).

En?

Anselmus is al ingegaan op de eerste kritiek, bijvoorbeeld die van dat eiland. Dat is niet voor iedereen bevredigend. Maar Anselmus zegt: wat voor God geldt, geldt voor niets anders. Het verschil tussen een eiland en God is dat God in alle opzichten superieur is. Het eiland niet, bijvoorbeeld niet op het vlak van ‘stadse gevoel’ – daarvoor moet je toch echt ergens anders zijn.

Latere denkers gaan erop door, door te zeggen: God is het enige wezen dat noodzakelijk bestaat. Er is niets anders dat noodzakelijk bestaat. Een perfect eiland hoeft bijvoorbeeld niet te bestaan. Daar komen we later op terug. Eerst nog een iets venijnigere weerlegging van het ontologisch godsbewijs.

Voor nu: wat denk jij, is dit tegenargument opgewassen tegen het ontologisch godsbewijs?

10 Reacties

op God or not – tegen het ontologisch godsbewijs (1).
  1. Bas
    |

    Beste Gerko,

    Het eerste tegenargument van het eiland is niet overtuigend. Een eiland waarboven geen groter eiland gedacht kan worden is immers niet denkbaar. Het is onmogelijk je het meest perfecte eiland voor te stellen. Hoe prachtig en groot het eiland dat je je probeert voor te stellen ook is, dát eiland kan nog altijd perfecter gemaakt worden, door er bijvoorbeeld nog meer stranden, palmbomen en cocktails bij te denken.

    Volgens Anselmus’ redenering moet zo’n strand dus helemaal niet bestaan.

    Je roept terecht de vraag op: “Van een (bedacht) concept, naar echt bestaan. Mag dat? Hoe weet je zeker dat er een verbinding bestaan tussen wat je kunt denken en wat er echt bestaat?” Daarom zal dit argument ook niemand overtuigen. Het heeft namelijk geen overtuigingskracht. Mensen vinden het een ‘woordspelletje’.

    Dit zegt ook Richard Dawkins in zijn boek The God Delusion: “But isn’t it to good to be true that a grand truth about the cosmos should follow from a mere word game?”

    Het is echter extreem lastig gebleken om de vinger op de zere plek van het argument van Anselmus te leggen. Ook de kritiek van Kant snijdt weinig hout, ook al maakte Kant een plausibele tegenwerping.

    Betrand Russel zei: “It is easier to feel convinced that [the ontological argument] must be fallacious than it is to find out precisely where the fallacy lies” (geciteerd uit Dawkins).

    Groet,
    Bas

    • Gerko Tempelman
      |

      Goed dat er nog aan gesleuteld wordt! Ik heb het in dit blog zo overzichtelijk en toegankelijk mogelijk geprobeerd weer te geven.

  2. Niels Schotten
    |

    Denken dat iets bestaat maak het bestaan niet tot een feit.
    Je kan nog zoveel zaken en gebeurtenissen toerekenen aan iets of iemand, dat maakt het nog niet tot feit dat dat iets of iemand dat ook echt gedaan heeft, bestaand of bedacht.
    Het aanpassen van definities (zoals die monik deed) helpt alleen je eigen denkbeeld te ondersteunen. In het geval van die monik en z’n her-definering doet hij eigenlijk afbreuk aan het bijbelse god-wezen en hoe die daar beschreven word.
    Maar goed, hoe hard je ook zou willen dat iets dat je bedacht hebt ook daadwerkelijk waar is, zeer grote kans dat het niet waar is. Ik denk dat de wereld er heel anders uit zou zien als iedereens vurigste wensen bewaarheid waren.
    En het (vrijwel) blindelings overnemen van wat anderen je vertellen (dat God bestaad) is ook geen bewijs van bestaan.
    Het is simpeler aan te nemen dat het universum en alles daarin met hoe we dit tot op heden hebben doorgrond tastbaar bewijs is dan dat een ongeziene, en tot op heden niet fisiek bewijsbare, gods persoon zou bestaan en alles heeft gecreerd en tot op heden nog controleerd en aanstuurd.
    Overigens, denk hier eens over na: Wie heeft God geschapen? Waar is hij door ontstaan? Is er niet iets groters dan God, zoals we die huidig kennen?
    En waarom zou de eene God de echte/enige god zijn? in de menselijke geschiedenis zijn er vele geloven geweest met verschillende goden en natuurlijk ook meerdere goden en half goden. Waarom zouden die niet de juiste zijn? Bestaan die goden niet? Mijnsinziens zijn al die goden en geloven maar verzinsels. Bij elkaar gebroddelde leugens en methode nom een mate van moraal vorm te geven. Methodes om mensen een excuus te geven. Om ze het idee te geven dat hun lijden en offers (strijden en sterven in naam van het geloof, terwijl je eigenlijk voor het wagentje wordt gespannen voor de megalomane leider bv) goed word gemaakt in een hiernamaals.
    Geloof in (een) God is niet nodig om goed te doen. Niet nodig om goed en kwaad uit elkaar te houden. Het is wel erg handig om kwaad goed te praten, zoals bv homo haad. of verkrachting en stelen en het vermoorden van ongelovigen en anders gelovigen. Goed in het goedpraten van allerlij zaken die volgens mensen, eeuwen geleden, kwaad en fout waren, veelal uit onwetendheid of vanuit een ziekelijke geest.

    • Gerko Tempelman
      |

      Dank voor je reactie Niels! Ik ben benieuwd wat Bas hiervan denkt 😉

  3. Bas
    |

    Hoi Niels,

    Je zegt: “Denken dat iets bestaat maak het bestaan niet tot een feit.”

    Daar ben ik het natuurlijk volledig mee eens. Als je denkt dat er een theepot om de maan vliegt, dan betekent dat uiteraard niet dat dat ook werkelijk het geval is.

    “In het geval van die monik en z’n her-definering doet hij eigenlijk afbreuk aan het bijbelse god-wezen en hoe die daar beschreven word.”

    Waarom denk je dat?

    “En het (vrijwel) blindelings overnemen van wat anderen je vertellen (dat God bestaad) is ook geen bewijs van bestaan.”

    Nee, dat klopt. Maar wie zegt dat dan?

    “Het is simpeler aan te nemen dat het universum en alles daarin met hoe we dit tot op heden hebben doorgrond tastbaar bewijs is dan dat een ongeziene, en tot op heden niet fisiek bewijsbare, gods persoon zou bestaan en alles heeft gecreerd en tot op heden nog controleerd en aanstuurd.”

    In wat voor zin is het simpeler om te denken dat er geen Schepper is? Daarnaast, hoe zou er fysiek bewijs kunnen bestaan voor God als van God gezegd wordt dat hij bovennatuurlijk is? Wij kunnen met onze wetenschappelijke methodes alleen het fysieke, waarneembare onderzoeken. De wetenschap kan dus helemaal niets zeggen over het bestaan van God.

    Laat me het voorbeeld geven van het menselijk bewustzijn. Wij kunnen van elkaar niet zien dat wij bewustzijn hebben. Wij hebben alleen toegang tot ons eigen bewustzijn middels introspectie. Dat geeft ons echter geen reden om te veronderstellen dat andere mensen geen bewustzijn hebben. Wij lijden namelijk uit hun gedrag af dat andere mensen bewustzijn hebben. Bijvoorbeeld omdat ze praten en bewegen. Aan het uiterlijk van de mens leiden wij af dat hij over een bewustzijn beschikt. Ook al kunnen we dat wetenschappelijk gezien nooit te weten komen. (Probeer onder een hersenscan maar is het bewustzijn van iemand te vinden!)

    In zijn brief aan de Romeinen zegt Paulus het volgende: “Zijn onzichtbare eigenschappen vanaf de schepping van de wereld zichtbaar zijn in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar.”

    God’s eigenschappen zijn zichtbaar in Zijn werken, de schepping. Dus net zoals wij het bewustzijn van andere mensen kunnen afleiden uit hun bestaan, gedrag en bewegingen, kunnen wij het bestaan van God afleiden uit de voor ons direct waarneembare wereld. En de definitie van Anselmus sluit prachtig bij die gedachte aan.

    “Overigens, denk hier eens over na: Wie heeft God geschapen?”

    Dat argument wordt ook door Dawkins gebruikt: “Who designed the Designer?!”

    Dit is echter een nonstarter. Geen enkele serieuze filosoof gebruikt dit argument dan ook tegen het bestaan van God. Laten we het argument van Anselmus gebruiken om je vraag te beantwoorden! In de modale logica worden twee soorten van bestaan onderscheiden: contingent en noodzakelijk. Voordat we op deze begrippen in gaan moet nog een ander concept uit de modale logica worden toegelicht: mogelijke werelden. Een mogelijke wereld is een volledige beschrijving van hoe de wereld had kunnen zijn. Bijvoorbeeld: Job Cohen had minister-president van Nederland kunnen zijn. Dat is een volledige mogelijk denkbare wereld.

    Nu. Iets bestaat contingent als het niet noodzakelijk bestaat. Iets bestaat noodzakelijk als het in alle mogelijke werelden moet bestaan. Er is dus geen wereld waarin dat ding niet kan bestaan. Plak hier nu Anselmus’ definitie op. Wanneer is God groter, als hij contingent of als hij noodzakelijk bestaat? Als God noodzakelijk bestaat is God natuurlijke groter. Maar als God noodzakelijk bestaat, dan moet God altijd al bestaan hebben. Als God immers zou zijn geschapen door iets of iemand anders, dan was God contingent geweest, maar dat is in strijd met de definitie van God.

    Het antwoord op je vraag: God is niet geschapen, omdat Hij noodzakelijk bestaat. Zoals ze in het Engels zeggen: “God exist by virtue of its own nature.” Het is deel van God’s Wezen dat hij niet geschapen is.

    Ik zou hier nog veel meer over kunnen zeggen, maar wat dit punt betreft laat ik het hier bij.

    “En waarom zou de eene God de echte/enige god zijn? in de menselijke geschiedenis zijn er vele geloven geweest met verschillende goden en natuurlijk ook meerdere goden en half goden. Waarom zouden die niet de juiste zijn?”

    Een terechte vraag denk ik. Eerst dit. Stel dat deze wereld een Schepper voor zijn ontstaan en bestaan nodig heeft (zoals christenen denken). In dat geval is er op basis van het scheermes van Ockham geen enkele reden om méér dan één Schepper aan te nemen. We kunnen inderdaad het bestaan van meerdere goden niet logisch uitsluiten, maar dat laat onverlet dan we geen redenen hebben om in meerdere goden te geloven.

    Daar komt bij dat veel godsdiensten hetzelfde Godsconcept (deels) aanhangen. Zo geloven christenen, joden en moslims allemaal in het bestaan van één almachtige God. Ook in het hindoeïsme gelooft men in het bestaan van een oppergod die de machtigste is binnen zijn pantheon. Al die mensen geloven dus in een Wezen dat uiteindelijk de meest fundamentele grond van de werkelijkheid is, alleen hun invulling van dat Wezen verschilt soms heel erg.

    Met andere woorden. Wij kunnen het bestaan van meerdere goden niet logisch uitsluiten, Wij hebben echter geen enkele reden om het bestaan van meerdere goden aan te nemen. Vele goden uit de geschiedenis verwijzen in feite naar dezelfde onvoorwaardelijke en meest fundamentele grond van de werkelijkheid waarvan al het andere afhankelijk is. Ze wijzen dus (deels) naar hetzelfde, ook al is de invulling van Datgene anders.

    Toen de apostel Paulus ging prediken in Athene zij hij in zijn rede het volgende tegen de Atheners: “Mannen van Athene, ik zie dat jullie veel ontzag hebben voor de goden. Want ik heb heel veel heiligdommen in jullie stad gezien. Ik heb zelfs een altaar gevonden waarop staat: ‘Voor de onbekende god.’ Over die God kom ik jullie vertellen. Jullie aanbidden Hem nu zonder dat jullie weten wie Hij is. Maar Hij is de God die de wereld en alles heeft gemaakt. Hij is de Heer van hemel en aarde. Hij woont niet in tempels die door mensen zijn gemaakt. Hij laat zich ook niet door mensen dienen omdat Hij Zelf iets nodig heeft. Want Hijzelf geeft aan iedereen leven en adem en alles. ” (Handelingen 17).

    Daarnaast. Het feit dat veel mensen in andere feilbare godjes (zoals Zeus) hebben geloofd doet niets af aan de waarheid. De christelijke God bestaat of Hij bestaat niet. Of er nu niemand in gelooft of als er nu een miljard mensen in geloven, dat maakt helemaal niets uit. De tegenwerping van “meerdere goden” is dus ook niet erg overtuigend.

    “Geloof in (een) God is niet nodig om goed te doen.”

    Daar ben ik het tot op zekere hoogte mee eens. Ongelovigen kunnen hele sympathieke mensen zijn. Als je echter goed vanaf een afstandje kijkt, dan zul je zien dat gelovige mensen (voornamelijk christenen) véél beter (kunnen) zijn. Dat zie je bijvoorbeeld in de hoeveelheid ontwikkelingswerk, scholingswerk en ziekenhuiswerk dat christenen in de loop van de geschiedenis hebben verricht. Organisaties als World Vision en het Leger Des Heils zijn christelijke organisaties die miljoenen mensen hebben geholpen. Zulke zaken, op die schaal, heb ik ongelovigen nog niet zien doen! En de christen doet dat omdat hij mensen lief heeft en daarvoor is geïnspireerd door Jezus Christus. En Christus was nou iemand die vurig in God geloofde tot aan Zijn laatste adem. Geloof kan dus zeker wel een verschil maken. (Gereformeerden geven veruit het meeste geld aan goede doelen, om nog maar weer een voorbeeld te geven.)

    “Om ze het idee te geven dat hun lijden en offers (strijden en sterven in naam van het geloof, terwijl je eigenlijk voor het wagentje wordt gespannen voor de megalomane leider bv) goed word gemaakt in een hiernamaals.”

    Ik kan niet voor alle religieuze mensen spreken, maar dit geldt zeker NIET voor de christen. De christen gelooft namelijk niet dat hij of zij eeuwig leven kan ‘verdienen’, maar dat dat door God aan hem geschonken wordt uit genade, zonder daarvoor ook maar één goed werk te hebben gedaan. In het christendom betekent eeuwig leven trouwens dat je God kent, niet dat je voor altijd leeft (Johannes. 17:3). De bijbel spreekt nauwelijks over het hiernamaals, misschien in een paar verzen. Het overgrote deel van de bijbel gaat over het hier en nu, over dit leven. De christen is dus nauwelijks met het hiernamaals bezig, wat dat ook inhoudt. De (ware, oprechte) christen wil goede werken doen, niet om daarmee een plekje in de hemel te verdienen, maar omdat hij of zij gewoon het goede wil doen, uit liefde. Daar zit dus niets van dwang bij, maar juist bevrijding. De christen loopt niet achter een megalomane leider aan, maar achter een volkomen goed mens, namelijk Jezus (Mattheus 16:24).

    “Niet nodig om goed en kwaad uit elkaar te houden.”

    Daar ben ik het tot op zekere hoogte mee oneens. Als God niet bestaat dan kunnen wij helemaal niet weten wat goed en kwaad is, want dat bestaat in dat geval ook niet. Goed en kwaad zijn subjectief als God niet bestaat, afhankelijk van iemand gemoedstoestand en sociale omgeving. Zie bijvoorbeeld het artikel van een oprechte nihilist op deze website: http://denkjewel.nl/nihilisme-voor-beginners/ Hij legt uit dat er geen goed en kwaad bestaat in een goddeloos universum. Als God niet bestaat was de holocaust dus niet goed of fout, het was gewoon de manier waarop de onverschillige materie zich in de ruimte beweegt. Daar valt dan geen enkel moreel oordeel over te geven, want een dergelijk oordeel veronderstelt een morele maatstaf, en die is er juist niet als God niet bestaat.

    Ik hoop hiermee afdoende op je opmerkingen ingegaan te zijn. Zo niet, laat dat maar weten.

    Groet,
    Bas

  4. Jeroen
    |

    Ik vind de perfecte eiland analogie slecht. Het is een woordspelletje.

    Dat gezegd hebbende kijk ik naar de definitie:datgene waarboven niets groters gedacht kan worden’. En als je de allergrootste bent, dan besta je natuurlijk ook (in plaats van dat je slechts een idee bent).

    Het probleem ligt hier eigenlijk al voor het oprapen. De definitie is vaag en daardoor dus praktisch onbruikbaar. Het grootste in wat voor opzicht? Hoe is groot gedefinieerd? Is intelligentie groter dan non intelligentie. Groot en klein zijn subjectieve termen. Ik kan uit definitie ook stellen dat het universum het grootst is. Het bevat alles, het bepaald alle mogelijke acties we wezens als wij hebben, het bevat alle energie en bepaald de actie van ieder fysisch proces. Het bevat bewustzijn en intelligentie, maar is het niet. Prima in lijn met de definitie, maar zeker niet in lijn met hoe een christen, moslim, jood, wiccan, etc erover denkt.

  5. Gerko Tempelman
    |

    Scherpe analyse Jeroen. Ik denk niet dat de rationele filosofen het met je eens zijn. Maar dit kwam ik laatst ook tegen:

    het is mogelijk het volgende concept te denken: datgene wat groter is dan je kunt denken. Misschien dat Anselmus daarop doelde. En als dat zo is, dan ben je eigenlijk al op voorhand uitgepraat. Want je kunt dat groter-dan-je-kunt-denken sowieso niet denken. Misschien dan toch maar vervallen in mystiek.

  6. Jeroen
    |

    Als ze het niet eens zijn, dan moeten ze dat dan maar weerleggen en alles goed uit definieren.

    “het is mogelijk het volgende concept te denken: datgene wat groter is dan je kunt denken. Misschien dat Anselmus daarop doelde. ”

    Misschien wel. Echter denk ik niet dat je op voorhand meteen al uitgepraat hoeft te zijn. Wat ik wel denk is dat je moet stoppen om met zekerheid over deze zaken te praten. De fundamenten van iedere ontologische theory zijn axiomatisch… je moet ze dus al aannemen als waar. IN de wetenschap heb je dit ook, een postulaat is een aanname, maar wel meestal 1 die je kan testen en falsifiseren… of je kan de fit tussen theorie en realteit meten.

    Maar bij diepe vragen als dit, waar we niets kunnen testen en ook op geen enkele andere manier echt kennis op te doen over datgene waar we aan het nadenken zijn, ligt dat complexer en het lijkt er erop dat filosofen dat wel eens vergeten

Roep maar raak!

Momentje...