God or not – tegen het ontologisch godsbewijs (2)

Leestijd: ongeveer 2 minuten

Intro

Volgens de middeleeuwse monnik Anselmus is de definitie van God: ‘datgene waarboven niets groters gedacht kan worden’. En als je de allergrootste bent, dan besta je natuurlijk ook (in plaats van dat je slechts een idee bent). Ook een eerste tegenargument hebben we al behandeld.

Tegenargument 2

De filosoof David Hume kwam zo’n 700 jaar na Anselmus met een pittige kritiek. Het verschil tussen denken aan een eenhoorn en denken aan een vierkante cirkel, zei Hume, is dat je over de eenhoorn kunt praten alsof het bestaat. De vierkante cirkel is een logische contradictie, dat kan niet.

Als je een kind uitlegt wat een eenhoorn is, kan het zijn dat het vraagt: bestaan eenhoorns ook echt? En dan kun je ja of nee antwoorden. Dat kan niet als je het met een kind hebt over een vierkante cirkel. Als het kind snapt wat je bedoelt, zal het niet vragen: en, bestaan ze ook?

Maar, ging Hume verder, los van logische contradicties (vierkante cirkels) kun je alles denken als bestaand en niet-bestaand. Je zou je kunnen voorstellen dat koningin Maxima niet bestond. Of dat er geen kleur blauw zou zijn. Je kunt je zelfs voorstellen dat er op een dag wel eenhoorns blijken te zijn.

Verdieping

Denk eens aan koningin Maxima. En denk daarna eens aan koningin Maxima als bestaand. Wat is het verschil? Niks, zou Hume zeggen. Zelfs denken aan een eenhoorn impliceert dat je denkt aan een eenhoorn als bestaand.

De essentie van de dingen, dat wat een ding is, staat los van hun daadwerkelijke bestaan. En daarom kun je van alle dingen vragen: bestaat het? Maar als dat zo is, kun je van niks bewijzen dat het, vanuit de essentie geredeneerd wel moet bestaan.

Immanuel Kant

Immanuel Kant, een Duitse denker is het met Hume eens. ‘Bestaan’, zegt hij, is niet zoiets als de kleur ‘blauw’. Als we zeggen: ‘kijk daar loopt een blauwe eenhoorn’ dan zeggen we daadwerkelijk iets over die eenhoorn. Namelijk dat-ie blauw is.

Maar als we zeggen: ‘daar loopt een bestaande eenhoorn’, dan zeggen we niet iets anders dan: ‘daar loopt een eenhoorn’. Bestaan is niet een eigenschap, het is een voorwaarde voor het hebben van eigenschappen. Een eenhoorn heeft niet één hoorn, want een eenhoorn bestaat niet. Maar we stellen ons bij een eenhoorn alleen een paardachtig wezen voor dat één hoorn heeft.

Dus, zegt Kant, Anselmus veronderstelt eigenlijk al het bestaan van God door te stellen dat God bepaalde eigenschappen heeft. Maar de vraag waar het om gaat is: bestaat er iets dat de eigenschappen heeft, die we aan God toeschrijven?

En?

Dit klinkt logisch. Maar is het een doorslaggevend argument tegen het beroemde ontologische godsbewijs? Sommigen zeggen van wel. Anderen zeggen: misschien is God wel juist de uitzondering op de stelregel dat bestaan geen eigenschap is. Wat denk jij?

Binnenkort behandelen we een ander godsbewijs: het kosmologische argument.

3 Reacties

op God or not – tegen het ontologisch godsbewijs (2).
  1. Bas
    |

    Beste Gerko,

    ‘Bestaan’ is inderdaad geen eigenschap. Iets moet namelijk bestaan om eigenschappen te kunnen hebben. Als je zegt dat een bepaald object bestaat, dan levert dat kan geen extra kennis op. Het feit dat een object bestaat zegt niets over dat object.

    Het probleem met deze tegenwerping is echter dat het argument van Anselmus ‘bestaan’ niet als eigenschap veronderstelt. Anselmus gaat in zijn argument uit van mentale objecten en buiten-mentale objecten. Dus objecten die alleen in onze geest bestaan en objecten die ook daarbuiten bestaan. Iets kan dus bestaan in het verstand of bestaan in werkelijkheid. Deze vormen van bestaan kunnen wel als eigenschap worden verstaan. Stel dat iemand tegen je zegt dat Y bestaat. Dit levert je geen kennis op, het geeft je geen extra informatie over wat Y is. Als je gesprekspartner vervolgens zet dat Y in het verstand bestaat, dan neemt jouw kennis over Y toe. Bestaan in het verstand of bestaan in werkelijkheid (dus buiten het verstand) is dus wel degelijk een eigenschap. Het argument van Anselmus kan de kritiek van Kant dus weerstaan.

    Groet,
    Bas

    • Gerko Tempelman
      |

      Scherp geanalyseerd Bas. Volgens mij ben jij een aanhanger van het ontologisch godsbewijs, klopt dat?

  2. Bas
    |

    Hoi Gerko,

    Ik weet niet wat een ‘aanhanger’ van het ontologische argument van Anselmus is. Het is een interessant en uitdagend argument, maar véél te abstract voor de meeste mensen, en daarom ook niet overtuigend (niet dat argumenten mensen überhaupt kunnen overtuigen, maar dat is een andere discussie). Ik zou het ook geen ‘bewijs’ noemen, maar eerder een argument. Het leuke aan het argument is dat iedereen denkt dat het makkelijk te weerleggen is, omdat het contra intuïtief is dat je het bestaan van iets kunt aantonen door er alleen maar een bepaalde definitie van te geven. Misschien toont het argument van Anselmus aan dat zoiets mogelijk is. Wie het weet mag het zeggen 🙂

Roep maar raak!

Momentje...